1inleiding
283. Beheersing van schaaktactieken
21. Grondbeginselen van schaakopeningen
293.1 Fundamentele tactische motieven
31.1 Ontwikkeling van een schaakopeningsrepertoire
303.1.1 De penning en de benutting ervan
41.1.1 Selectie van passende openingssystemen
313.1.2 De spies en de vork als dubbele dreiging
51.1.2 Verdieping van de hoofdvarianten
323.1.3 Het aftrekschaak en de aftrekaanval
61.1.3 Voorbereiding op nevenvarianten en afwijkingen
333.2 Gevorderde tactische concepten
71.2 Centrale principes van de openingsfase
343.2.1 Het afleidings- en weglokoffer
81.2.1 Controle van het centrum
353.2.2 De eliminatie van het verdedigende stuk
91.2.2 Snelle stukontwikkeling
363.2.3 De techniek van de tussenzet
101.2.3 Veiligheid van de koning
373.3 Berekening en visualisatie van varianten
111.3 De overgang naar het middenspel
383.3.1 Systematische controle van kandidaatszetten
121.3.1 Herkenning van het ontstane stellingstype
393.3.2 Vermijden van tactische fouten door controlemechanismen
131.3.2 Formulering van het eerste middenspelplan
404. Praktische technieken van het eindspel
141.3.3 Omgaan met verrassingen in de opening van de tegenstander
414.1 Elementaire pionneneindspelen
152. Toepassing van schaakstrategieën
424.1.1 De regel van het vierkant
162.1 De pionnenstructuur als strategische leidraad
434.1.2 De oppositie van de koningen
172.1.1 Creëren en benutten van pionnenschwächen
444.1.3 De promotie door een verre vrijpion
182.1.2 Spel met en tegen geïsoleerde pionnen
454.2 Torenendspelen als meest voorkomende eindspelsoort
192.1.3 Betekenis van pionnenketens en hefboomwerkingen
464.2.1 De Lucena-stelling voor winst
202.2 Positioneel spel en stukcoördinatie
474.2.2 De Philidor-stelling ter verdediging
212.2.1 Verbetering van het slechtste stuk
484.2.3 Activiteit van de toren als beslissende factor
222.2.2 Het principe van de twee zwaktes
494.3 Complexe eindspelen met lichte stukken
232.2.3 Harmonische samenspel van de zware stukken
504.3.1 Bijzonderheden bij ongelijkgekleurde lopers
242.3 Lange termijn planning en profylaxe
514.3.2 Benutting van het loperpaar
252.3.1 Identificatie van lange termijn positionele voordelen
524.3.3 Tegenstellingen tussen paard en loper
262.3.2 Anticiperen en verijdelen van tegenstanderplannen
53Bronnen
272.3.3 Consequente uitvoering van het eigen plan
54Afbeeldingsbronnen