1inleiding
293.1 Het gebruik van de eigen lichaamstaal
21. Grondbeginselen van paardengedrag en -perceptie
303.1.1 Bewuste lichaamshouding en persoonlijke aanwezigheid
31.1 De zintuigen van het paard als communicatiekanaal
313.1.2 Richtinggevende gebaren en positionering in de ruimte
41.1.1 Visuele waarneming en het belang ervan voor de veiligheid
323.1.3 Aanpassing van energieniveau en ademhalingsfrequentie
51.1.2 Akoestische gevoeligheid en oriëntatie in de ruimte
333.2 Gericht gebruik van de stem
61.1.3 Tactiele en olfactorische prikkels in de kudde
343.2.1 Effect van toonhoogte en stemmodulatie
71.2 Sociale structuren en interacties
353.2.2 Vaststellen van duidelijke stemcommando's
81.2.1 Rangorde en leiderschapsrollen herkennen
363.2.3 De functie van pauzes en bewuste stilte
91.2.2 Hechtingsgedrag en sociale vachtverzorging
373.3 Tactiele communicatie via aanraking
101.2.3 Afstands- en ruimtebeheer tussen soortgenoten
383.3.1 Het principe van druk en toegeven
111.3 Instinctief gedrag als basis van de paardentaal
393.3.2 Sturende en beperkende fysieke hulpen
121.3.1 De lichaamstaal van het vluchtinstinct
403.3.3 Bevordering van vertrouwen door verzorgende aanraking
131.3.2 Uitingsvormen van nieuwsgierigheid en verkenning
414. Toegepaste paardencommunicatie in de praktijk
141.3.3 Signalen voor rust, ontspanning en welzijn
424.1 Dialoog bij grondwerk
152. De paardentaal begrijpen: signalen interpreteren
434.1.1 Vaststellen van leiden en volgen op afstand
162.1 Mimiek en uitdrukking van het hoofd
444.1.2 Definitie van de persoonlijke ruimte van de mens
172.1.1 Het orenspel als precieze stemmingsbarometer
454.1.3 Reactie op fijne impulsen en signalen
182.1.2 Informatie uit ogen, neusgaten en mondpartij
464.2 Communicatie in de dagelijkse omgang
192.1.3 De houding van hoofd en hals interpreteren
474.2.1 Communicatie bij het halen van de wei en in de stal
202.2 Lichaamsspanning en houdingspatronen
484.2.2 Coöperatie bij het poetsen, zadelen en optuigen
212.2.1 De zeggingskracht van de staarthouding
494.2.3 Veiligheid overbrengen in nieuwe of stressvolle situaties
222.2.2 Spieraan- en ontspanning als indicator
504.3 Harmonie door fijne afstemming onder het zadel
232.2.3 Beenstand en gewichtsverplaatsing lezen
514.3.1 Vertaling van de ruiterhulpen in paardentaal
242.3 Geluiden en subtiele geluiden
524.3.2 Feedback van het paard tijdens het rijden herkennen
252.3.1 Betekenis van hinniken, brommen en piepen
534.3.3 Lichtheid bereiken door een duidelijke dialoog
262.3.2 Interpretatie van snuiven, prusten en kreunen
54Bronnen
272.3.3 Kauw- en likbewegingen als teken van verwerking
55Afbeeldingsbronnen
283. Actieve communicatie met het paard